zondag 5 oktober 2014

Tirza en module opdrachten renaissance

Tirza

1) Waar gaat het verhaal over? Vat het verhaal samen in maximaal 20 woorden.
  • Tirza raakt vermist en haar vader (Jörgen Hofmeester) gaat haar zoeken, hij vindt haar met haar vriend en vermoordt ze allebei.

2) Beschrijf in maximaal 100 woorden wat je tijdens het lezen van het boek vond. Had je zin om door te lezen, hoe komt dat door jou? Licht je antwoord toe.
  • Het begin werd enorm lang uitgerekt, Ik moest mezelf er echt toe zetten om het te lezen. Soms begreep ik ook niet helemaal meer wat er gebeurde omdat er heel veel flashbacks in zitten. Naarmate het einde naderde, waarin Jörgen Tirza ook echt ging zoeken, werd het steeds makkelijker omdat het leuker werd en er gebeurde veel meer. Bijvoorbeeld: Jörgen vertrekt naar Namibië om Tirza te vinden, hij komt Kaisa daar tegen (een klein meisje) en vindt uiteindelijk Tirza en Choukri, waarbij hij Tirza neerslaat met een pook en Choukri in stukjes zaagt met een kettingzaag. 

3)      De auteur presenteert in dit boek een visie op de werkelijkheid, ‘de idee’. Welke is dat volgens jou en waarom? Licht toe met handelingen of voorbeelden uit de tekst. Maximaal 100 woorden.
  • Ik denk dat 'de idee' inhoudt dat het hoofdpersoon (Jörgen) vind, dat de vriend van Tirza een terrorist is. Het doet hem namelijk denken aan Mohammed Atta van de aanslag op de Twin towers. Veel islamitische mensen worden nog steeds gediscrimineerd met het feit dat hun 'soort genoten' die aanslag hebben gepleegd. Ik denk ook eerlijk gezegd dat de hoofdpersoon een islamitische achtergrond heeft, of iets in die richting. Hij heet namelijk Choukri.


4)      In hoeverre vind je deze visie actueel? Kunnen lezers anno 2014 iets opsteken van deze visie? Wat heb jij van het lezen van het boek opgestoken, op welke manier heeft het je aan het denken gezet? Minimaal 50 woorden.
  • Het is op zich wel een goed boek, maar ik denk niet dat iemand hier ook maar iets van kan opsteken. Het is namelijk fictie en het lijkt me onlogisch dat als je dochter vermist raakt en je haar eindelijk vindt, haar gelijk vermoordt. En daarna ook nog haar vriend. Apart. Het feit dat er nog steeds wordt gedacht, zoals ik net al beschreef hierboven, dat mensen met islamitische achtergrond nu nog mensen beschuldigen van de aanslag van 9/11 en dat het nu ook weer in het boek wordt gebruikt vind ik een beetje raar, maar goed het is fictie en alles kan in fictie.


_________________________________________________________________________

Leg uit waarom Vondel , Huygens en Hooft nog steeds interessant gevonden worden binnen de Nederlandse literatuur.
150 woorden in goed  Nederlands

Ze worden nog steeds belangrijk gevonden in de Nederlandse literatuur omdat ze zo'n verandering brachten in de Nederlandse literatuur. Hun stijl van schrijven was niet altijd heel erg anders dan die van anderen, maar de onderwerpen waren vaak heel anders. Zoals het hekeldicht van Joost van den Vondel. Nog niemand durfde zulke gedichten te schrijven, uit angst om vermoord te worden.
In de 19e eeuw begon het Koninkrijk der Nederlanden te ontstaan. De staat had behoefte aan grote voorbeelden, waarbij al snel naar de 17e eeuw werd gekeken omdat Nederland daar een echt hoogtepunt had. Daarom is Rembrandt nu nog bekend en natuurlijk vielen Vondel, Huygens en Hooft daar ook onder.
Ik heb ook wat extra informatie opgezocht over de Muiderkring. DIe bestaat nu nog!
________________________________________________________________________________



1 Noem ten minste twee redenen waarom Vondel al in zijn eigen tijd te boek stond als ‘de grootste schrijver’.
  • Hij heeft veel gebeurtenissen uit de Gouden Eeuw becommentarieerd;
  • Hij koos vaak de duidelijke partij.


2 Leg uit hoe het kon dat een beroemd auteur als Vondel geldproblemen had, terwijl hedendaagse beroemde auteurs gemakkelijk van hun pen kunnen leven.
  • Hij was een kousenhandelaar, maar hij ging failliet en hij ging werken bij de Amsterdamse Bank van Lening. Daar mocht hij tijdens het werk schrijven en dat gebeurde niet vaak.


3 Zoek zelf achtergrondinformatie bij het gedicht Het stockske.

Welke gebeurtenis wordt hier door Vondel beschreven?
  • Hij beschrijft de slag van Nieuwpoort, het feit dat Maurits geen leger naar Duinkerken wilde sturen, omdat hij het een te groot risico vond. Vondel dat dit landverraad was omdat hij niet zijn 'missie' zou afmaken en daarmee 'het land verraadde'.


In het gedicht wordt het stokje aangesproken alsof het een persoon is: waarom gebruikt Vondel deze techniek?
  • Zodat degene voor wie het bedoeld is (in dit geval Maurits) zich aangesproken voelt. 


Welke boodschap wilde hij met het gedicht geven?
  • Hij wilde zeggen dat Maurits echt het verkeerde heeft gekozen en daarmee vertellen dat Vondel een hekel aan hem heeft (vandaar de naam hekeldicht).


 Kun je het stokje tegenwoordig nog ergens bekijken?
  • Als hiermee bedoelt wordt of je dit hekeldicht nog steeds kan toepassen op de huidige situatie in Nederland denk ik van niet. Wij hebben nu niet echt landverraders volgens mij.

_________________________________________________________________________


Onderzoek via allerlei naslagwerken, maar zeker ook via internet, het komische toneel van de zeventiende eeuw. Geef de namen van auteurs, stukken, uitgevers  en verschijningsdatum.
Vermeld je zoekstrategie. Zorg voor een lijst van minimaal tien stukken.
Het doel is een uitputtende opsomming van alle stukken die bij het komisch toneel horen.
Omschrijf daarbij wat jij tijdens jouw onderzoek onder komisch toneel hebt verstaan.

·         Trijntje Cornelisdochter (1653, Constatijn Huygens)
·         Every Man Out of his Humor (1599, Ben Jonson)
·         Jan Klaasz of Gewaande dienstmaagt (1682, Thomas Asselijn)
·         Warenar (1617, P.C. Hooft)
·         Tartuffe (1664, Molière)
·         Le Cid (1637, Corneille)
·         Gysbrecht van Aemstel (1637, Vondel. Valt ook onder tragedie!)
·         A Midsummer Night's Dream (1590-1594, Shakespeare).
·         't Groote visch-net (1657, Zoet. Dit valt onder komedie, er is een reflectie van de werkelijkheid)
·         Moortje (1615, Bredero)
  • De komedies waren echt puur en alleen voor het amusement. Het had geen nut. Je had tragedies en komedies, tragedies hadden een slecht einde en komedies een goede. De tragedie moest ook voldoen aan de drie eenheden (eenheid van handeling, eenheid van plaat en eenheid van tijd).  Bij komedies was dit niet zo. Komedies gaven een reflectie van de werkelijkheid, maar op een grappige wijze.

Ik kon bij de meesten niet vinden wat de uitgeverij was, dus toen dacht ik of bij elk toneelstuk een uitgeverij, of bij geen een.
Ik heb verschillende termen ingetypt op google.

·         http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/goudeneeuw/tekst/lgge109.html
·         http://www.britannica.com/EBchecked/topic/127459/comedy/51096/Rise-of-realistic-comedy-in-17th-century-England
·         http://nederl.blogspot.nl/2013/10/humor-uit-de-gouden-eeuw.html
·         http://www.scholieren.com/boekverslag/45228
·         http://www.usgym.nl/vakken/Beeldende%20Vorming/2%20hofcultuur/basisreader_hof.pdf
·         http://www.tzum.info/2014/06/column-coen-peppelenbos-wat-zouden-leerlingen-moeten-kennen-van-de-gouden-eeuw/
·         http://nl.wikipedia.org/wiki/Komedies_van_Shakespeare
·         http://www.literatuurgeschiedenis.nl/lg/goudeneeuw/tekst/lgge094.html

Leg uit wat een puntdicht is en geef twee voorbeelden uit het werk van Huygens.
  • Een puntdicht is een kort gedicht met een grappige inhoud of een pakkende gedachte, of zoals Huygens het zelf noemde: Het is een Dicht dat snel en dicht is.

·         Al is het vliegje nog zo klein
het werpt zijn schaduw op het plein.

  Een valse munter
Dirk heeft verstand van als
't meeste nog van geld te maken,
dan echt, en dan eens vals,
naar tijd en loop van zaken.
Nu kost het hem zijn hals,
daar moest hij toe geraken.
En 't is hem wel gegund:
hij had erop gemunt.
 

Schrijf twee originele puntdichten

Ik hou van de zee, ik hou van de rotsen,
maar als ik jou zie moet ik kotsen.

De groenten van mijn moeder zijn dan wel gezond,
maar ik stop liever een Big Mac in mijn
 mond.
________________________________________________________________________________


1 Wat waren de belangrijkste ideeën die Hooft met zijn werk wilde uitdragen? Noem er drie.
  • Humanistische denkbeelden kenbaar maken;
  • landbelang boven eigenbelang;
  • ondergeschikten goed behandelen.

  
2 Lees het Deuntje, op deze pagina, dat begint met ‘Als Jan Sijbrecht zou belezen’.

Omschrijf kort (in maximaal 100 woorden) de rol van Jan en de rol van Sijbrech in dit lied.
  •    Jan en Sijbrecht zijn man en vrouw en ze hebben denk ik enorme ruzie, maar ze houden nog steeds van elkaar.
  • Wat ook kan, is dat het een soort verhaaltje is. Jan en Sijbrech willen gaan trouwen, wat vervolgens ook gebeurt, maar dan komen er allemaal dingen bij kijken die ze niet hadden verwacht. Ze krijgen ruzie maar ze blijven volhouden dat ware liefde voor altijd is.


 Leg uit wat Jan en Sijbrecht bedoelen met de refreinregel ‘Reine liefd’ kan niet vergaan’.
  • Ware liefde gaat niet zomaar weg. Als je echt verliefd ben, gaat het nooit meer over.


3 Ga naar http://home.hetnet.nl/~corpetrus/dichters/FrancescoPetrarca.htm en lees sonnet 134 en sonnet 292.

Vergelijk deze sonnetten met ‘Mijn lief, mijn lief, mijn lief’ van P.C. Hooft, dat in het Terzijde bij deze pagina (Hooft op vrijersvoeten) is opgenomen). Zie je overeenkomsten of verschillen?
  •  overeenkomsten: vanuit ik-perspectief, laatste regels niet. Sonnet 134 en 292 hebben hetzelfde rijmschema.
  • verschillen: het rijmschema  van Mijn Lief en 134(& 292, zij hebben hetzelfde rijmschema); Mijn Lief=ABBA, ABBA, C C, DEED & 134=ABAB, ABAB, CDC, DCD.


 Voldoen de sonnetten aan de algemene regels die op de literatuurgeschiedenispagina ‘Revolutie in de Nederlandse literatuur’ gegeven worden? Geef argumenten voor je antwoord.
  • Ja, ze hebben hetzelfde rijmschema, het begin wordt vanuit ik- perspectief verteld en het einde niet en het gaat natuurlijk over de liefde. 

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen